Het verhaal bevat drie verhaallijnen: het verhaal over de vriendenclub die een waardevol manuscript te pakken probeert te krijgen, speelt zich af in het heden; de grijs omkaderde pagina’s in 1594, waar Will Shakespeare de stad Gandamme (Gent) in Vlaanderen bezoekt om een toneelstuk te schrijven; en dan is er nog een derde verhaallijn die zich tien jaar eerder dan het heden afspeelt. Een aantal volwassenen, onder wie de verdwenen vader van Wiet, vecht om het manuscript dat verdwijnt en weer opduikt. Dit derde deel* van de serie over de 11-jarige Wiet en zijn twee vrienden is net zo opgebouwd als de twee andere delen waarnaar veelvuldig wordt verwezen. De auteur die ook zanger en acteur is, hanteert een vlotte pen met een toegankelijk idioom waarbij de karakters uit het verleden overtuigender overkomen dan de kinderen in het heden. Het bedplasprobleem van Wiet maakt een aardige anti-held van hem. Het is een ingewikkeld avonturenverhaal met komische situaties, soms wat flauw maar meestal hilarisch. Ruime bladspiegel en duidelijk taalgebruik maken het goed leesbaar. Heruitgave met nieuw aantrekkelijk omslag. Vanaf ca. 10 jaar.
*zie a.i.'s deze week voor herdrukken van de eerste vier delen met een omslagillustratie in dezelfde stijl als het nieuwe vijfde deel: 'Wiet Waterlanders en het (Kolibri) mysterie'.