Ja, dat lust de Franse fijnproever wel, zo'n satirische doorlichting van de elitaire macht. In vervolg op de kronieken (2009-2016) over het bewind van Sarkozy ('Nicolas I') en Hollande ('François le Petit') richt Rambaud (1946) zijn pijlen nu op president Macron (Amiens, 1977), 'Emmanuel de Luisterrijke', gesierd met de parafernalia van patriarchaal absolutisme. Inhoudelijk, zeker in Frankrijk, een bekende en inmiddels uitvoerig becommentarieerde levensloop: het leesgrage jongetje dat als 15-jarige op het Jezuïetencollege zijn geliefde Brigitte (1953) strikt, jawel, om later als bankier een geslaagde politieke gooi te doen. De crux schuilt in de historiserende benadering. Zo krijgt de waan van de almacht gezicht in de spiegeling met de Grand Siècle. Ministers worden als hoveling behangen met adellijke titels en komische kwalificaties, de openheid uit de tijd van 'Mitterand-le-Grand' maakt plaats voor argwaan en geslotenheid, want de mens is immers van nature een schadelijk wezen. Een ook voor de Nederlandse lezer inzichtelijke persiflage van bestuurlijke eigendunk.