In de vroege jaren negentig emigreren de Oost-Duitse Ella en haar broer Tobi samen met hun moeder naar Londen. Pas in 2010, nadat ze een dagboek en papieren van haar inmiddels overleden moeder in handen krijgt, besluit Ella naar Berlijn af te reizen om uit te zoeken wat er met hun jongste broertje is gebeurd. Heiko is verdwenen na de vluchtpoging die het gezin in 1987 ondernam. Ella wordt geholpen door Aaron, een student die voor onderzoek in het Stasi-archief werkt, waar alle tijdens de Wende versnipperde papieren weer aan elkaar geplakt worden en dossiers worden aangelegd van alle slachtoffers van het DDR-regime. Het boek geeft een prachtig beeld van een kinderleven in Oost-Duitsland en van wat het met mensen doet om alles waar je blindelings in hoorde te geloven opeens volslagen te zien verdwijnen. Ella verandert door haar zoektocht van een doel- en richtingloze kunstenares in iemand die eindelijk grond onder de voeten voelt. De van oorsprong West-Duitse auteur weet mede door het gebruik van Duitse zinnetjes en woorden een zeer authentieke sfeer op te roepen. Het boek stond op de shortlist van de Costa Book Award 2019.