Het boek, het negende deel van de Nederlandse 'Søren Kierkegaard werken', bestaat uit twee uiteindelijk onvoltooid gebleven geschriften van de Deense theoloog en filosoof (1813-1855), ontstaan in de periode rond 1844. Beide werken zijn bedoeld om duidelijk te maken dat filosofie, logisch of syllogistisch denken en redeneren, geen goede manier is om waarheid te ontdekken. Waarheid is subjectief en persoonlijk. De teksten die fragmentarisch zijn opgebouwd, vallen op door het veelvuldig en nadrukkelijk gebruik van literaire stijlfiguren als ironie en humor; ook het gehannes met pseudoniemen is iets dat geheel wordt verklaard door Kierkegaards anti-filosofische instelling. Sommigen weigeren Kierkegaard daarom een filosoof te noemen. Een uitvoerig nawoord en notenapparaat bieden beginners een helpende hand. Met een register op personen en zaken. Verzorgde uitgave in gebonden uitvoering met leeslint.