Moritz en Raffal wonen in een bergdorpje in Oostenrijk. Ze leren elkaar als kleine kinderen kennen en raken meteen bevriend. Motz, de aanhankelijke, de gevoelige kan zich niet kan onttrekken aan de flamboyante maar agressieve en arrogante Raf. Ze blijven gedurende hun jeugd onafscheidelijk. Moritz' moeder Marie ziet het met lede ogen aan. Op de middelbare school voegt nieuweling Johanna zich bij het duo, hetgeen leidt tot een fatale vriendschap. Als ze zeventien zijn, scheiden zich vrij plotseling hun wegen. Zestien jaar later, als Moritz zich heeft gevestigd en in afwachting is van zijn eerste kind staat, Rafal weer voor zijn deur: de opmaat tot catastrofale bekentenissen als ook Jo(hanna) uiteindelijk verschijnt. Het verhaal wordt vanuit verschillende perspectieven en periodes verteld, afwisselend vanuit het gezichtspunt van de drie hoofdfiguren Marie, Moritz en Johanna. En vanaf het begin van de jaren tachtig tot 2017. De veelvuldig toegepaste metaforen werken nogal clichmatig. De auteur (1983) is docente, schrijft columns en is zelfstandig tekstschrijfster.