Diepe eb

Diepe eb

    Mediumsoort
    Boek
    ISBN
    9789028222045
    Verschijningsdatum
    Jaar van uitgave
    2022
    Taal
    Nederlands
    Categorie
    Non-Fictie
    Leeftijdsgroep
    Volwassenen
    SISO
    875 - ca. 1880 - 2000
    Moeilijkheidsgraad
    Gemiddeld
    Onderwijsniveau
    H
    Uitgever
    Uitgeverij Van Oorschot
    Editie / Druk
    Eerste druk
    Aantal pagina's
    67 pagina's
    Hoogte
    220
    Breedte
    132
    Aantal banden
    1
    Bestelnummer
    2022132575
    NUR code
    306

    Aanschafinformatie

    In de gedichtenbundel ‘Diepe eb’ van Willem Jan Otten vindt de poëzielezer vijftig gedichten, als herinnering aan Otten’s vijftigjarige carrière als dichter. De dichter schrijft moderne gedichten maar niet surrealistisch. Het zijn begrijpelijke, dagelijkse gedichten met hoofdletters en leestekens. Otten schrijft vooral beeldend; elk gedicht weergeeft een zicht op de situatie waarin het is geschreven. Realistisch dus, bijvoorbeeld in het gedicht ‘De schaatser’: Er was een schaatser en hij heeft geweten van / het wak, en ook dat draaien zou de wind’. De totale bundel behelst een reis door de gedachtenwereld van de dichter. Met herkenbare en soms ook verrassende onthullingen. Er schuilt, beleving, ontroering, melancholie, liefde en ervaring in Otten’s poëzie. Geen moeilijke ‘composities’ waarin elk woord door de lezer moet worden gewogen. Wel vijftig gedichten die begrepen worden maar waaraan langer zal worden gedacht. Ook deze elfde, en mooi uitgevoerde bundel mag geslaagd worden genoemd en lezenswaardig voor alle poëzieliefhebbers.

    Mooi uitgevoerde bundel. Prettig leesbaar voor alle poëzieliefhebbers.

    Uitgeversinformatie

    Willem Jan Otten (1951) is een halve eeuw dichter: zeshonderd gedichten, elf bundels. Hij viert dit met de compositie van een nieuwe bundel op basis van vijftig dierbare gedichten uit eigen werk. In Diepe eb wordt een weg afgelegd, van geboorte tot geboorte. Halfweegs wordt een eind bereikt, of is het een wak, of een kattenluik, een portaal.

    Otten laat de volgorde waarin de gedichten zijn ontstaan links liggen. In Diepe eb verstrijkt de tijd als in een droom, terwijl elk gedicht afzonderlijk klaarwakker is, zintuiglijk, beeldend, aansprekend. Er ontstaat een ‘denkend landschap’, eilandduinen, onbeschaatste Ankeveense Plassen, Friese meren, Ierse kusten, een Sloterpark. Er worden mensen gekend, er gaan dierbaren verloren; er wordt liefde verklaard, God gemist. De dichter wordt man van, vader, raakt op leeftijd. Hij zwemt kamer voor kamer de palingfuik van de poëzie in.

    Diepe eb verschijnt gelijktijdig, in een tweeling-uitgave, met Wil je mij poëzie leren?, een essay ‘op zoek naar het gedicht waarin staat wat ik wil zeggen’.